Hendrik Wiegersma (1891-1969)
Hendrik Wiegersma, De motorrijder, 1926

De motorrijder, 1926

In april 1928 opent de kunstcriticus Albert Plasschaert de eerste grote solotentoonstelling van Henk Wiegersma. In twee zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam hangen 28 schilderijen en 16 tekeningen. Er verschijnen voor het eerst veel recensies waaronder uitgebreide van Jan Engelman,
Herluf van Merlet en Kasper Niehaus. Hij wordt een talentvol schilder genoemd.
Vooral De doop van Christus, De motorrijder en Het feest van Balthasar ontvangen een gunstige beoordeling.

In 1930 ontvangt hij voor het schilderij De drinker een gouden penning op de tentoonstelling van Nederlandse Schilderkunst ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van de stad Nijmegen.
In oktober 1931 heeft hij opnieuw een grote solotentoonstelling, dit keer in de Koninklijke Kunstzaal Kleykamp in Den Haag. De kritieken spreken niet meer van een amateur of van een talent, maar roemen zijn rijpheid en zijn volledigheid in gevoel, kleur en vorm. Er is bewondering voor Het Geheim, De aanklacht, Het lied, De drinker en De bergrede. Zijn naam is definitief gevestigd.

Jan Engelman (1900-1972) die in die eerste vijfjaren van het kunstenaarschap van Hendrik Wiegersma in verschillende bladen beschouwingen en kritieken heeft gepubliceerd, schrijft in een samenvattend opstel in de bundel Torso:
"De schilderkunst van Hendrik Wiegersma is op dit oogenblik een der weinige verschijnselen onder de sleepende hemels van ons vaderland die tragisch zijn en groot. Zij behaagt mij niet, zij grijpt mij aan.
Zij heft mij in den ademtocht van een koninklijk bewogen-zijn, zij is geleefd en gemaakt uit de centrale plaats der ziel. Dit is een schilder wiens experimenten geen tendentieuse aanvallen op de orde van het wereldbeeld beoogen, maar een die diep gegrepen is door rijkdom en raadsel van het leven, die niet worstelt met vorm en stof om er geestelijke omwentelingen mee te plegen, maar simpel en aIleen omdat de drang tot zelfverwerkelijking in hem zoo sterk is. Wat hij bereikt is meer dan een groote belofte, hij staat, met eenige anderen, aan de spits van de beeldende kunstenaars die na den oorlog op den voorgrond traden."